Op een dag in 1936 werd een kleien voorwerp gevonden dat op een kruik leek. Het bleek een oude batterij te zijn, 13 centimeter hoog. In dit voorwerp bevonden zich een koperen cilinder en een ijzeren staaf. In werkelijkheid was het een gewone zoutbatterij.
Tegenwoordig bevindt deze vondst zich in het Historisch Museum van Bagdad. Sommige experts geloven dat het de oudste batterij is die ooit is gevonden, terwijl anderen zich simpelweg niet kunnen voorstellen hoe zoiets überhaupt mogelijk is. De batterij is ongeveer 2000 jaar oud en functioneerde nog perfect in 250 voor Christus.
De Ouden gebruikten dit apparaat om verschillende coatings aan te brengen op metalen, zoals goud, zilver of koper.
Wetenschappers veronderstelden dat een dergelijke batterij tot 1 volt kon produceren. Na wat theoretische overwegingen besloten ze een experiment uit te voeren. Ze construeerden een soortgelijke kan en vulden deze met wijnazijn. Het apparaat toonde aan dat de kan 0,5 volt kon produceren. Vervolgens besloot een andere onderzoeker in 1947 kopersulfaat als elektrolyt te gebruiken. Zijn experiment resulteerde in een spanning van maar liefst 2 volt! Daarna opperde iemand het gebruik van citroensap, en de onderzoekers bereikten uiteindelijk de maximale limiet van 4 volt.










